Kwaliteitsbegrip

Voor mijn praktijkonderzoek ga ik een interventie evalueren. Ik heb al een paar keer geblogd over de interventie en de context: peerfeedback bij het sectorwerkstuk. Het doel van de interventie is dat er minder variatie in de kwaliteit komt, maar niet ten koste van de gemiddelde kwaliteit, sterker nog een aanname van mij is dat die ook toe zal nemen door de interventie.
Vanwege de opzet en omstandigheden is een echte effectstudie moeilijk uit te voeren. Daarom zal er gekeken worden naar een belangrijke voorwaarde voor kwaliteit: kwaliteitsbegrip.
Kwaliteitsbegrip is het construct wat leerlingen van kwaliteit hebben, Claxton (1995) noemt dit “een neus voor kwaliteit” (p. 339). Pas sinds twee weken heb ik een goed beeld bij dit concept en heb ik bewust ervaren hoe frustrerend het kan zijn als er ruis zit tussen het kwaliteitsbegrip van jou en je beoordelaar.
Het probleem op mijn school is dat leerlingen, bij de tussentijdse formatieve feedbackmomenten, producten inleveren om te peilen wat voor kwaliteit de begeleider verwacht. Het lijkt wel of ze, onder het mom liever lui dan moe, willen peilen wat het minimale niveau is. Ik begin meer te denken dat dit niet zo is; ze kunnen zelf echt nog niet goed oordelen over de kwaliteit van hun product. Ze moeten hun “neus voor kwaliteit” nog ontwikkelen.

Als er geen gedeeld construct van kwaliteit is tussen leerling en beoordelaar, weet de leerling niet of het voldoende is of niet. Dat gevoel kennen en herkennen we allemaal: je denkt dat je het heel goed gedaan hebt en een 8 zal krijgen maar na een week krijg je een 5. Dit verschil tussen kwaliteitsbegrip kan heel frustrerend zijn, niet omdat je de kwaliteit van je product beter kan, maar het voelt onrechtvaardig. Een 3 scoren wanneer je een 3 verwacht is rechtvaardig en minder erg dan een 5 scoren wanneer je een 7 verwacht. Bij de 3 weet je dat je het echt nog niet beheerst en beter je best had kunnen doen.

Vandaag hebben we feedback gekregen van de begeleider op ons onderzoeksvoorstel. In LA1 hebben we al veel geoefend met literatuuronderzoek, wij weten allemaal precies wat er nog aan ons theoretisch kader verbeterd kan worden. Het beschrijven van de methode van ons onderzoek is echt nog abrakadabra. We hebben een goed kwaliteitsbegrip ontwikkeld voor literatuur, maar nog niet voor de methode. Het is een misverstand dat dit betekent dat het beoordelingskader niet duidelijk is of niet expliciet genoeg. Nee, wij kunnen nog geen goed beeld vormen bij:

“De wijze en procedure van dataverzameling is voldoende duidelijk beschreven. Er is verantwoord waarom de keuze van de methode(n) passend is om de onderzoeksvraag (en deelvragen) te beantwoorden en de keuze is verantwoord op basis van literatuur. Het design is juist getypeerd.”

(Alhoewel, voldoende duidelijk, passend, verantwoord en juist kan een tikje explicieter.)

Alle assessors hebben een veel beter gedeeld kwaliteitsbegrip, de assessors zullen relatief betrouwbaar beoordelen aan de hand van de criteria. Ik kan echt nog niet zeggen of mijn onderzoeksvoorstel onvoldoende/voldoende/goed is. Ik weet wel dat ik deze week heel graag mijn peers feedback wil geven om echt met de criteria te werken; hoe beter ik de criteria internaliseer, hoe beter ik mijn eigen werk in kan schatten op kwaliteit.

| Leraar natuurkunde | vmbo-TL | 2College Jozefmavo |

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *